De kogelzet/krimpmatrijs, is opgebouwd uit een body, voorzien van de krimprand
en een
zetterstift, Met de zetterplug wordt de kogel in de
huls gedrukt. In de bodem van de zetterplug is een uitsparing aangebracht waarvan de vorm
zo nauw mogelijk
overeen dient te komen met de vorm van de kogel. Zo zijn er zetterplugs leverbaar
voor verschillende kogeluitvoeringen b.v. roundnose, semi wadcutter en wadcutter. Voordat
we het krimpen gaan
behandelen is het van belang eerst goed te weten welke krachten op een pistool- en
revolverpatroon worden uitgeoefend. De pistoolpatroon wordt door de slede uit het magazijn
gedrukt en via de patroongeleiding onder de loop in de kamer van het wapen
getransporteerd. Op het moment, dat de patroon in de loop wordt gedrukt zal de
kogel verder in de huls willen schuiven. Dit zal absoluut moeten worden voorkomen! Door het in de huls
schuiven van de kogel wordt de verbrandingsruimte kleiner, wat zal
leiden tot een ongewenste drukverhoging bij het afvuren van de patroon. In extreme gevallen kan het zelfs leiden tot onherstelbaar beschadigen van het
wapen of erger nog verwondingen.
Bij de
revolverpatroon zal de huls, door de terugslag, van de kogel proberen te schuiven. We
spreken hier over het massatraagheids principe. De hulsrand zit opgesloten tussen de
achterkant van de cilinder en het frame van de revolver. Tijdens het afvuren van het schot
zal de revolver, dus ook de cilinder, met grote kracht snel naar achteren worden gedrukt.
De nog niet afgevuurde patronen volgen hierbij de cilinder. De in deze
patronen aanwezige kogels zullen tijdens de terugslag, door het eigen gewicht, enigszins
worden afgeremd. Een optimale verbinding is noodzakelijk om te voorkomen dat
de huls van de kogel schuift! De hier omschreven patroonverlenging kan in extreme gevallen
leiden tot cilinderblokkering. Deze zijsprong naar de natuurkunde is op zijn
plaats om tijdens het herladen goed te
begrijpen waarom bepaalde handelingen noodzakelijk zijn. Naast een verbindingsfunctie
heeft de krimp een positieve invloed op de verbranding van de kruitlading.
Dan
nu terug naar het krimpen. Het is dus wel duidelijk dat pistool- en
revolverpatronen zo, van elkaar verschillen dat we het krimpen per patroon moeten
behandelen. Het krimpen van de hulsmond kunnen we op twee manieren uitvoeren, met de
taperkrimp en de rolkrimp. Bij de taperkrimp wordt de hulsmond tapsvormig in de kogel
gekrompen). De rolkrimp daarentegen is een krimp waarbij de hulsmond met een
radiusvorm in de kogel wordt gekrompen.
De
taperkrimp biedt ons de mogelijkheid de hulsmond zeer nauwkeurig in de kogel te krimpen.
De krimp moet zo zwaar zijn dat tijdens het doorladen van het pistool de kogel niet in de
huls schuift. Een te zware krimp heeft geen zin. Het kan zelfs tot een zeer gevaarlijke
situatie leiden! Tussen kamer en trekken en velden is in de loop de overgangskonus
aangebracht. Bij een te zware krimp kan de diameter van de hulsmond zo klein
worden dat deze na het doorladen niet meer op de kamerrand rust maar in de
trekken en velden terecht komt. De huls kan zich tijdens het afvuren van de patroon niet op een correcte wijze in de kamer expanderen
maar doet dit gedeeltelijk in de overgangskonus. Dit leidt tot een gigantische overdruk
met als gevolg een onherstelbare beschadiging van het pistool of zelfs
letsel aan uzelf of een ander is zeker aanwezig. Bij het behandelen van een
aantal voorbeelden later, zullen we het krimpen nogmaals bij u onder de aandacht
brengen.
Bij de revolverpatroon moet de krimp verkomen,
dat tijdens het afvuren van het schot, bij de nog in de cilinder aanwezige patronen de
huls van de kogel schuift. De rolkrimp is bij uitstek
geschikt om de optimale verbinding tussen huls en kogel te verkrijgen. Bij gebruik van
loden of koperplated kogels kan de krimp stevig worden aan gebracht
Wel moeten
we er bij de koperplated uitvoering om denken dat de koperlaag niet scheurt. De full metal
kogel is voorzien van een krimpgroef. Het spreekt voor zich dat we de huismond in deze
groef gaan krimpen
|